Spectaculair feest San Pedro
Iedere gemeente heeft sinds de kolonisatie door Spanje zijn patroonheilige. Die van Diriá,een dorp met ruim vierduizend inwoners, is San Pedro (de heilige Petrus). De inheemse bevolking moest op straffe van marteling of de dood zijn eigen goden vaarwel zeggen of verstoppen. De pastoor van Diriá noemde dat in een gesprek met mij ‘inculturalisatie’. Tja, hoe je het verzonnen krijgt. Overigens, dat vertelde pastoor Alberto niet, de beroemde krijger Diriangén is afkomstig uit deze streek. Hij verzette zich tegen de onderdrukking door de Spanjaarden en hun katholieke geestelijken. De Dirianen hebben dus een beroemde voorvader.
Het feest van San Pedro mag er wezen, hoe katholiek ook. In juni wordt het zijn beeld afgestoft en komt de kerk van Diriá uit om een maand lang door het dorp en zijn omstreken te trekken. Dat gaat vergezeld van veel traditioneel eten zoals nacatamal en veel alcohol. Op zondag 18 juli dit jaar was de ’subida’ van Pedro, dat wil zeggen dat het beeld voor het laatst rond werd gesjouwd alvorens ‘omhoog’ in de kerk te verdwijnen.
De hele zondag was het dorp op de been. De meest opvallende activiteit is het zwaarddansen (’el baile de astilla’) of zwaardvechten dat door twee personen, in het algemeen mannen en jongens, wordt uitgevoerd. Je daagt elkaar al dansend uit en als toeschouwer moet je goed uitkijken dat je niet onverhoeds een zwaard in de hand gedrukt krijgt, want dan ben je de sigaar. Je moet dan aan de slag met je zwaard van buigzaam hout beplakt met tape. Ik ben eraan ontsnapt omdat ik tijdig gewaarschuwd werd. Hoewel
het eigenlijk een stijlvolle dans zou moeten zijn, is het vaak een hard gevecht waarbij bloed vloeit. Voor een gelovige geen probleem, want San Pedro geneest je. Er zijn overigens grote groepen ‘bewakers’ met een geel t-shirt die opletten of het er niet te gewelddadig aan toe gaat en soms uitleggen hoe er gedanst moet worden met het zwaard.
Het schouwspel grijpt waarschijnlijk, zo legt pastoor Alberto me uit, terug op het evangelie van Johannnes (18, vers 10): “Toen trok Simon Petrus zijn zwaard; hij trof de knecht van de hogepriester en sloeg hem het rechteroor af”. Maar het kan ook heel misschien nog te maken hebben met de gebruiken van de inheemse bevolking vóór de kolonisatie, al bestond San Pedro toen nog niet in Diriá.
De drank vindt de pastoor een serieus probleem, maar hij werkt eraan via pastoraal huisbezoek en hij denkt binnen vijftien jaar het probleem redelijk teruggedrongen te hebben. Tenminste, als hij in Diriá mag blijven.
’s Avonds trekt iedereen naar de kerk waar in een spectaculaire laatste uitbarsting van dans, muziek en religieuze extase San Pedro naar zijn rustplek wordt begeleid. Ik heb Dirianen gesproken die bijna niet kunnen wachten tot volgend jaar als in juni San Pedro aan zijn ‘bajada’ begint, dat wil zeggen afdaalt van de kerk naar het dorp.
Brieven uit Nicaragua: kinderen in Diriá
<
Geen reacties
Naar reactie formulier | comments rss [?] | trackback uri [?]